woensdag 30 maart 2011

Brandband – Alice, Bob and Blackhole

Brandband – Alice, Bob and Blackhole

Self released – 2011

Stoner/Seventies/Hard/Rock/Instrumental

Waardering: ****

Het Russische trio dat onder de naam Brandband zojuist hun tweede album heeft afgeleverd luisterend naar de naam Alice, Bob and Blackhole begon in het jaar des Heren 2006. Doch de wortels van de groep werden al midden jaren negentig gevestigd door het tweetal die later deze band vormden naar aanleiding van hun nachtelijke jamsessies. Zij waren immers al kompanen onder de vlag van een compleet andere band. Toen deze band uit elkaar viel ging de gitarist de blueskant op en de drummer die van de metal. Aangevuld met een bassist maken de heren nu voornamelijk instrumentale jaren zeventig hardrock met stoner invloeden. Nog minder ruimte voor vocalen, minder blues en minder drijvend dan de eerste plaat BrandBand uit 2008; maar niet minder in kwaliteit en meer psychedelisch en frank en vrij zoals de geest die rond waarde in de jaren zeventig. Heerlijke muziek voor de ontluikende lente!

zondag 27 maart 2011

Back from the Wilderness


Back from the Wilderness


Dus en een fijne dag en al het andere. Ik ben eindelijk weer terug uit de Woestenij, waar ik achterna ben gezeten en werd gepest door enorm radioactieve Tanchō’s, Dugongs en Pika’s geïmporteerd uit Japan gedurende de gehele week. Toen ik eindelijk wist te ontsnappen, gooiden ze me in een amigo kleurige decompressie kamer met een trucklading vreemdelingen met wie niet te communiceren viel; dus ging ik er helemaal kapot en wist ik niet meer wat er was gebeurd, waar ik was of wie ik was. Dus; dat is de reden achter de stilte van de blog van afgelopen week. Ik was niet te bereiken; behalve door de beesten; en die hadden een hekel aan me. Ik heb nooit begrepen waarom. Er is geen verklaring voor. Maar goed? Wie heeft er een verklaring nodig voor dat soort gedoe. Ontsnappen is het enige dat telt. Behalve de nare littekens maar dat is een andere vraag. Vandaag moeten we alleen even wat aandacht schenken aan de blog. Dus. Dat is het wel zo’n beetje; voor nu. We kunnen er kort over zijn en doorgaan met de voorstelling. Dus en al het andere gedoe. Ik moet nu even in de tuin een aantal muizen gaan vermoorden – en mocht ik er niet in slagen; dan zullen de muizen mij de nek omdraaien.

Sommige dingen veranderen nooit…

donderdag 17 maart 2011

Carnaval – 2


Carnaval – 2
Self released – 2009
Stoner
Waardering: *****


Het tweede album 2 van het Sloveense Carnaval is een waar huzarenstukje. Na wat gekloot in bands als Pussyfinger, Louder Than You en het veranderen van Pinocchio Pinchball naar Carnaval werd er jaren gewerkt aan hun tweede album. Dat is te horen; niet alleen muzikaal zit het voortreffelijk in elkaar. Ook de teksten en zanglijnen zijn, alhoewel in typisch Sloveens Engels, ongelofelijk veel beter en haast subliem. Nog steeds maken de heren archetypische stoner met een voorliefde voor de woestijn variant van Kyuss; met lichte Nirvana en Queens of The Stone Age invloeden en dit doen ze zo overtuigend dat je zou kunnen denken dat de mannen het zelf uitgevonden hebben. Als een ware ode aan de almachtige riff denderen de nummers door je hoofd en blijven daar voor eeuwig hangen. Deze jongens verdienen het om veel en veel groter te worden. Walter en zijn Roadburn muppets zouden eens in Slovenië en Kroatië rond moeten neuzen; want met bands als Cojones en Carnaval heb je absoluut stonergoud te pakken!

Carnaval – 1


Carnaval – 1
Self released – 2010
Stoner
Waardering: ****

Toen de heren van het Sloveense Pinocchio Pinchball de naam veranderden in Carnaval hadden ze nog niet stil gestaan bij het feit dat de googlebaarheid van de naam wellicht wel eens minder zou kunnen zijn. Een aparte albumtitel zou dan nog wel eens kunnen helpen; dus daarom noemden ze hun eerste album maar gewoon 1. Stelletje knurften! Maar dat blijkt ook wel uit andere geweldige acties; het vertikken om geld te betalen en daarom op een in 2006 opgenomen album moeten wachten tot 2010. Het binnenstormen van de kantoren van de Sloveense Buma Stemra en daar een hoop rotzooi trappen en buiten op straat bij een andere concerten zelf een eigen concert geven. Puike acties van een zeer fijne band. Maar het zijn niet alleen geinponems; het zijn ook nog eens fantastische muzikanten. Misschien schieten ze op hun eersteling nog hier en daar uit de bocht. Maar dat werd op hun tweede album getitled 2 en logischerwijze uitgebracht in 2009 helemaal rechtgetrokken. Puur genieten van deze Baraka rockers!

woensdag 16 maart 2011

Pinocchio Pinchball – Knez Atula Demo


Pinocchio Pinchball – Knez Atula Demo
Self released – 2004
Stoner
Waardering: ****

De Sloveense mannen van Pinocchio Pinchball voeren al jaren een strijd tegen het muzikale klimaat in hun thuisland en tegen de platenmaatschappijen die maar niet willen luisteren. Ze organiseren zelf het fantastische generatorenfestival Baraka Fest net buiten Ljubljana en zijn verantwoordelijk voor een aantal underground releases van andere bands uit de regio. Met z’n drieën brachten ze in 2004 hun Knez Atula demo uit alvorens in 2006 een vierde man erbij te zoeken en de naam te veranderen in Carnaval. De demo laat horen dat de heren flink naar Kyuss hebben geluisterd en daar hun eigen Sloveens brouwsel van hebben gemaakt. Atavistische stoner rechtstreeks uit de Sloveense woestenij. Een overheerlijk brouwsel kunnen we wel stellen!

Louder Than You – Louder Than You


Louder Than You – Louder Than You
Self released – 2004
Stoner/Metal/Punk/Doom
Waardering: ****

In een klein stoffig dorpje net buiten de hoofdstad Ljubljana in het verdoemde jaartal 2000 begon de band onder de naam Pussyfinger te jammen en al direct door hun thuisland Slovenië op te treden. Hun oefenhok en hangplek was hetzelfde aftandse verlaten spoorweg barak dat de gasten van Pinocchio Pinchball; het latere Carnaval ook gebruikte. Geen wonder dat de heren al snel vrienden werden en nadat ze hun naam veranderden in Louder Than You gezamenlijk gingen touren en opnemen. Dit is dan ook duidelijk hoorbaar in de stijl en de belofte die hun diepe buiging voor de almachtige riff. De manier waarop het nummer Born In The River je vanaf het begin om je kop slaat is het bewijs. Zoete stoner dat doet denken aan Kyuss, Orange Goblin en Karma To Burn. Maar dan doorweven met de ziel van punk en de breaks en trommelwerk dat je herinnert aan het beste van Therapy? Laten we hopen dat de kerels samen met Carnaval op een bus stappen en door Europa gaan touren als een stelletje nieuwe Merry Pranksters!

Radiohead – The King of Limbs


Radiohead – The King of Limbs
Self released/V2 – 2011
Rock/ArtsyFartsy
Waardering: **


De manier waarop Radiohead omgaat met het uitbrengen van hun muziek kan alleen maar waardering en lof oogsten. De glijdende schaal waarop de band zich qua muzikaliteit en kwaliteit al langere tijd bevind duidelijk minder. King of Limbs staat voor weinig vernieuwing, weinig verkenning en bovenal het kopiëren van ideeën die al vele malen beter, slechter en irritanter zijn uitgevoerd. De lichte spanning die de band hier en daar nog weet op te bouwen, wordt geregeld te niet gedaan door de afwezigheid van een afgrond. Je kunt wel pretenderen iemand van een rots af te duwen maar wanneer er in geen velden of wegen een berg te zien is, wordt het moeilijk er in te blijven geloven. Och we troosten ons maar met de gedachte dat kwartjes gewoonweg niet meer bestaan en je dus moet wachten tot een complete euro valt. Een nummer als Little By Little zorgt dan voor een fijne zachte landing. Op naar de volgende zelfgecreëerde conventionele hype…

dinsdag 15 maart 2011

Brut Boogaloo – Do The Boogaloo


Brut Boogaloo – Do The Boogaloo
Midnight Monkey Records/Tuba – 2001
Rock/Garage/Retro
Waardering: ****

De Do The Boogaloo EP uit 2001 van het Noorse Brut Boogaloo zijn de enige opnames in deze bezetting. Niet lang na het verschijnen van het zes nummers tellende mini-album ging de band ten onder aan interne strubbelingen. Het duurde twee jaar voordat zanger, gitarist en voornaamste songsmid Henning Solvang, ook bekend van onder andere Thulsa Doom, weer een band bij elkaar had gesprokkeld om verder te kunnen. Geïnspireerd door de jaren zestig pop en rock laten de Boogaloo’s een zestal sublieme nummers horen die tussen de stoere rock, heftige garage en pop met een knipoog door dansen. Het is dat geluid dat we kennen van andere Noorse bands als Hellacopters en Gluecifer; doch zachter en vriendelijker. Het is rock met een glimlach en enorm catchy. Laten we hopen dat de Boogaloo’s binnenkort met een nieuw album komen want het meesterlijke Dirty Living met Cato Salsa Thomassen in de gelederen stamt alweer uit 2008!

woensdag 9 maart 2011

Slaves of Freedom – The Last Stages


Slaves of Freedom – The Last Stages
Self released – 2003
Metal/Trash/Southern/Stoner
Waardering: ***


Ze waren met z’n vijven; de mannen van het Amerikaanse Slaves of Freedom. De band die evolueerde uit het oefenhok toen men zich nog Premonition noemde. Dit alles zou later nog resulteren in bands als The Big Frank, Lagerhead en Mutehound. Dus je zou de nummers van het album The Last Stages van Slaves of Freedom dat ze in 2003 opnamen, kunnen bestempelen als de eerste babystapjes. Een of andere baby die uit de donkere duistere krochten van de hel is komen kruipen dan; met een luier vol uitgescheten idioten, domme verdoemden en humorloze mongolen. De mannen jagen met veel gevoel tien nummers door je kop; nummers die vaak vanuit het puntje van het darmkanaal gezongen worden. Maar soms ook als een schreeuw om gerechtigheid of als een huilend beest in de nacht. Het gitaarwerk wisselt net zo sterk tussen machtige riffs en lome grooves als de vocalen en de drummer plamuurt alles netjes dicht. Sterk spul dat Slaves of Freedom.

vrijdag 4 maart 2011

The Brigade – Dead Man’s Gold


The Brigade – Dead Man’s Gold
Checkpoint Charlie Audio Production – 2010
Rock/Noir/Americana
Waardering: *****

Voorheen ging deze Noorse band door het leven als Stonefish Brigade en om redenen die er niet of nauwelijks toe doen, is de naam nu versimpeld tot The Brigade. Hierin vinden we een zestal heren die hun zilveren sporen al ruimschoots hebben verdiend bij bands als Helldorado, The Getaway People, Peltz, Lano Places, Elusive en Flying Shoes alvorens met z’n allen de brigade te vormen. Met Janove Ottesen van Kaizers Orchestra aan de knoppen is Dead Man’s Gold hun eerste album onder de nieuwe naam en meteen een ware klassieker. Niet alleen omdat de plaat sepia beelden oproept van de grote Amerikaanse huifkarren migratie van 1849. Het weeft ook met grote overtuiging een waarachtig web van donkere rock met de nodige folk en Americana invloeden die doet denken aan Nick Cave, Madrugada en 16Horsepower; maar dan decennia ouder. Het is het geluid van abandon all hope ye who listens; en toch geloven ergens in de verte een kleine veeg groen licht te zien. Och; een flink glas Pennypacker Bourbon, wat kauwtabak, een ondergaande zon, de geur van korenvelden en het geluid van The Brigade. Deze melancholische goudzoeker heeft geen hoop nodig; alleen het getokkel van deze Noorse cowboys…